Special | 02-02-2012 -
Nu het bordspelbeurzenseizoen ten einde loopt en iedereen zijn oogst van Spiel, Spel, Ducosim en andere Nürnbergen heeft binnengehaald, vragen wij ons af hoe mensen tussen die honderden spelletjes er één uitkiezen om als eerste te spelen. Gaan ze af op de titel? Op de cover misschien? Moet het thema misschien speciaal aanspreken? Als dat laatste het geval zou zijn, dan heeft Rio Grande Games met Fürstenfeld (een spel van Friedemann Friese, ontwerper van o.a. Hoogspanning) alvast een hoofdvogel afgeschoten: het thema is immers bier! Horden mannelijke gamers wrijven zich nu al in de handen en zetten alvast een versgetapte pint klaar, want de combinatie bier + spel kan toch niet mislopen? Of wel soms?

Voor zij die hopen dat dit spel het regelmatig nuttigen van een glazen boterham vereist: jammer, maar helaas. Ik ben geen enkele biersoort tegengekomen tijden het spelen van Fürstenfeld, tenzij dan de frisse Leffe die de gastheer mij schonk niet te na gesproken, maar die zit niet bij het spel inbegrepen.
Jouw rol in dit spel is die van een typisch keuterboertje dat er van droomt op zijn bescheiden akker een eigen paleis te bouwen. Dat kost natuurlijk veel geld en de enige manier om daaraan te geraken, is je zelfgeteelde groentjes aan de lokale brouwerijen te verkopen. Maar pas op! Ook je buren willen natuurlijk wel zo'n prachtig paleis in hun moestuin. Wie verkoopt eerst zijn producten en wie kan de hele grondstoffenmarkt laten crashen?
Als klein boertje heb je de beschikking over een grond met zes veldjes (en dat is niet veel: in Agricola heb je er vijftien). Op die zes velden kan je grondstoffen kweken om later te verkopen voor geld. Je kan er ook gebouwen zetten, die je helpen méér grondstoffen te kweken of méér geld te verdienen. Die gebouwen kosten natuurlijk ook weer geld.
De basis van het het spel zijn natuurlijk de grondstoffen. Je herinnert je uiteraard nog dat dit bordspel over bier gaat? Het enige aspect waar je dat aan merkt zijn de drie dingen die je kan verbouwen: bronwater (hoe kweek je in godsnaam bronwater?), hop en graan. Voor de liefhebber: volgens het oeroude Reinheitsgebot (1516) waren dit de enige drie ingrediënten die bier mocht bevatten. Altijd al geweten dat een Kriek geen echt bier was! Deze drie grondstoffen kweek je door akkers aan te leggen op je grond: deze produceren elke ronde één grondstof. Later kan je de akkers upgraden naar betere akkers die meer grondstoffen tegelijkertijd produceren. Elke ronde heb je dus een welbepaalde oogst van bronwater, hop en/of mout, en die ga je verkopen aan de plaatselijke brouwerijen.

Hier komt nu het mooiste aspect van Fürstenfeld aan bod: de markt. Aan elke brouwerij is immers een willekeurige marktkaart gekoppeld waarop staat hoeveel van elke grondstof deze brouwerij elke ronde wil aankopen. Elke speler moet in zijn beurt al zijn grondstoffen verkopen (bewaarmiddelen bestaan blijkbaar nog niet) én elke speler moet al zijn grondstoffen in één brouwerij verkopen. Je mag dus niet je water hier, je mout daar en je hop ginds verkopen - dat appreciëert de brouwerij blijkbaar niet erg. Wat is nu het geweldige? Als een speler meer van een bepaalde grondstof aan een brouwerij verkoopt dan er op de marktkaart staan, dan zal de prijs van die grondstof dalen. Er is immers een overschot. Dikke pech voor de volgende speler. Als hij in deze brouwerij wil verkopen, zal hij een lagere prijs krijgen voor zijn producten. Het omgekeerde kan natuurlijk ook. Als een speler minder van een bepaalde grondstof kan verkopen aan de brouwerij dan er op de marktkaart staat, dan zal de prijs stijgen. De vraag is dan groter dan het aanbod.
Een prijsdaling is onmiddellijk, maar een prijsstijging zal echter pas gebeuren op het einde van een ronde, nadat alle spelers dus hun grondstoffen hebben verkocht. Daarom is de spelersvolgorde erg belangrijk: wie de volgende ronde eerst aan de beurt komt, zal kunnen profiteren van de hoogste verkoopsprijzen. Die volgorde wordt trouwens bepaald door je inkomen van de vorige ronde. Wie het minst verdiende, mag de volgende ronde eerst. Er wordt dus wel degelijk aan de kleine man gedacht!
Nu je wat geld bij elkaar gespaard hebt, ga je het investeren in je boerderijtje. Elke ronde trekt elke speler drie kaarten. Deze kaarten kunnen akkers zijn (die extra grondstoffen opleveren), gebouwen (die voordelen bieden bij het verkopen, bouwen of oogsten) of stukjes paleis. Elke ronde mag je met je zuurverziende centjes maximaal twee gebouwen neerzetten op je grond. Natuurlijk zit je met de beperking dat je maar zes velden ter beschikking hebt. Hoe meer gebouwen je bouwt, hoe minder akkers (en dus grondstoffen) je kan leggen, en vice versa. Het is dus een permanent afwegen van wat je nodig hebt om verder in het spel te geraken. Je mag gelukkig eerder gespeelde gebouwen slopen en vervangen door andere.
Al deze gebouwen zitten in je deck, waar je elke ronde dus drie kaarten van trekt - maar je zal ook elke ronde heel je hand (op een kaart na) weer moeten afleggen, onderaan je trekstapel. Gebouwen die je nodig hebt, maar nog niet kan bouwen, verdwijnen weer onderaan. Je zal een tijdje moeten wachten vooraleer je ze weer tegenkomt. Die zoektocht naar de beste strategie wordt nog moeilijker gemaakt, want uiteindelijk zal je op alle zes je velden een stukje van je paleis moeten bouwen. De speler die daar als eerste in slaagt, wint immers het spel. Een paleisstukje produceert echter niets, en levert ook geen andere voordelen op. Hoe meer stukjes paleis je dus bouwt, hoe kleiner je oogst, en hoe lager je inkomen dus wordt. Daar komt nog bij dat de prijs van de stukken paleis steeds duurder worden naarmate het spel vordert.

De uitdaging van het spel bestaat erin het juiste moment te kiezen om over te schakelen van eenvoudige keuterboer naar megalomane paleizenbouwer. Ben je te vroeg, dan riskeer je zonder geld te vallen om nog extra stukjes paleis te kopen en ben je te laat, dan zal je elk stukje van je paleis wel erg duur moeten betalen.
Het spel is dus een gezonde mix van zeer bekende mechanismes (bij menig bordspelliefhebber zal er al wel een Agricola- of een Puerto Rico-belletje gerinkeld hebben) en een, naar mijn gevoel, zeer innovatief én intuïtief marktmechanisme. Het spel doet je voortdurend twijfelen wat nu te doen. Verkopen of juist niet om een betere startpositie te verdienen. Nu al bouwen of nog even sparen. En als je bouwt, waar zet je het gebouw dan neer? Welke kaart hou je bij, welke gooi ik onderaan de stapel? En is nu het moment om over te schakelen naar paleizenbouwer? Of nog even wachten? Of nu misschien? Nu dan? Aaaargh!
Die keuze van het omschakelmoment kan het spel ook wel maken of kraken. Start je te vroeg of te laat, dan kan je eindspel nog wel eens lang uitlopen en een sleur worden voordat je weer genoeg geld bij elkaar hebt voor een volgende stukje paleis, waarna je nog langer moet wachten voor weer een volgende stukje. En dat duurt en dat duurt en dat duurt...
In de grote eurospelenfamilie (en met verre familie als Agricola en Puerto Rico) is Fürstenfeld eerder een lichtgewicht. Dit is niet negatief bedoeld, want dit zorgt ervoor dat het spel, als alles volgens plan verloopt, best wel vlot speelt. Het aantal mechanismes is immers beperkt (kweken, verkopen, bouwen), maar het aantal keuzes die gemaakt zullen moeten worden, is omgekeerd evenredig! Fürstenfeld bevat net genoeg uitdaging om door de doorwinterde eurogamer niet als tussendoortje beschouwd te worden, maar slaagt er in zijn eenvoud wel in om voor de eenvoudige boerenzielen in het bordspelwereldje (mezelf incluis) tot op het einde spannend en leuk te blijven.
Friedemann Friese is er weer (ja, ok, ik ben een fan!) in geslaagd om voor dit spel uit het juiste vaatje te tappen. Een stevig gegist spel, maar met een vlotte afdronk. En het grootste voordeel van al: de volgende morgen geen last van een kater gehad!
designer: Friedemann Friese
uitgeverij: Rio Grande Games
jaar: 2010
aantal spelers: 2 tot 5
tijd: 60 min
Je hebt een 9lives account nodig om een reactie te kunnen plaatsen. Gelieve in te loggen of je te registreren!